Bewegingsmemory

Proberen de leraar zo goed mogelijk na te doen door goed te onthouden en in de juiste volgorde.

De leerlingen staan naast hun stoel en kijken naar de leraar. Ze hebben afhankelijk van de gekozen bewegingen, weinig ruimte nodig.

De leraar verzint een memory door 2 bewegingen te maken met de ledematen. Past nadat de beweging klaar is mogen de leerlingen het nadoen, dus handig om dit op teken te doen. Daarna een memory van 3 bewegingen en zo verder tot een aantal leerlingen het niet meer kunnen onthouden.

Voorbeeldje: De leraar beweegt zijn linkerarm omhoog en draait die naar voren rond totdat de arm weer  omhoog wijst, daarna gaat het rechterbeen naar voren omhoog en schopt 3 keer omhoog.

  • Iedereen staat rustig op zijn plek en kijkt naar de leraar
  • De leraar doet eerst de beweging voor
  • De leerlingen doen op teken van de leraar de beweging na
  • Start met 2 bewegingen en bouw dit uit tot 5 of 6 bewegingen na elkaar.

Makkelijker

  • Een beweging met de arm kan uit alleen zwaaien bestaan maar ook uit het rondzwaaien van de arm met het ene rondje de handpalm naar binnen en het andere rondje naar buiten.
  • Het is makkelijker als je er bij zegt wat je doet en eventueel voordat ze  de beweging gaan nadoen, herhaalt met alleen woorden.

Moeilijker

  • Meerdere bewegingen achter elkaar plakken
  • Kleine bewegingen toevoegen
  • Meerdere ledematen tegelijk bewegen
  • Een leerling het voor laten doen

Leerlijn

Speleigenschappen

Reacties