Biathlon 2.0

Je verbetert het glijden bij het langlaufen en het mikken bij het schieten.

Er liggen langlaufski’s (hesjes waar je op kunt glijden) klaar met stokken om jezelf mee af te duwen (knotsen) en er is een plaats om te gaan schieten. Er werken 6-8 leerlingen in dit onderdeel.

De leerlingen beginnen met 1 ronde langlaufen. Zij zoeken daarna een plaats om te schieten. Het schieten gebeurt liggen op de buik en er wordt gemikt op een hoepel of op het wandrek.

Als de leerling 2x raak schiet gaat hij/zij weer 1 ronde langlaufen, maar wanneer hij/zij mist krijgt hij/zij ook nog een strafronde per keer dat er gemist wordt. De leerlingen langlaufen dan dus 2 of 3 rondes voordat zij weer gaan schieten.

Hoe snel ben je met 3x langlaufen en 2x schieten?

  • Probeer goed te duwen en lang te glijden bij het langlaufen
  • Neem de tijd voor het schot
  • Je moet op de hesjes blijven staan tijdens het langlaufen. Val je er af stap je snel weer op.
  • Wanneer je een keer aan de makkelijke kant hebt geschoten moet je de volgende keer op de moeilijke kant schieten en andersom

Makkelijker

  • Het verkorten van het stuk dat moet worden gelanglauft
  • Het schieten makkelijker maken door een groter doel te plaatsen of zittend/op de knieën te schieten

Moeilijker

  • Het verlengen van het stuk dat moet worden gelanglauft
  • Het schieten moeilijker maken door bijvoorbeeld een kleiner doel te plaatsen

Reacties