Kerstafette

De afbeeldingen met elkaar namaken in estafettevorm en dit eerder doen dan de tegenstanders.

Hele zaal. Aan de korte zijde staan 3 banken (voor elk team 1 bank). Bij elke bank ligt het volgende kleine materiaal: 6 hoepels, 3 ballen, 1 springtouw, 2 pylonen, 8 één-meter stokkem, 6 pittemnzakjes, 3 blokjes, 1 toversnoer, 2 tennisballen.

Er worden vier wedstrijdjes in estafettevorm gespeeld. Bij elke wedstrijd moet er een andere opstelling gebouwd, volgens de leskaarten (zie foto’s).

Kerstboom 1: van elk team gaat 1 leerling aan de overkant op de gele lijn klaar staan. Hij is de lege kerstboom. De andere spelers uit het team gaan de kerstboom versieren. De volgorde van versieren is niet van belang.

Kerstboom 2: met behulp van o.a. de één-meter stokken wordt er aan de overzijde van de zaal een kerstboom gemaakt.

Kerstboom 3: met behulp van o.a. het toversnoer en de hoepels wordt er aan de overzijde van de zaal een kerstboom gemaakt.

Sneeuwpop: met behulp van o.a. de hoepels wordt er aan de overzijde van de zaal een sneeuwpop gemaakt.

Hoeveel wedstrijden kan jouw team winnen?

  • Jij mag starten als de speler voor jou terug is achter de gele lijn.

Makkelijker

  • Kerstboom/sneeuwpop maken met minder materiaal.
  • Af te leggen afstand verkleinen.

Moeilijker

  • Kerstboom/sneeuwpop maken met meer materiaal.
  • Leerlingen zelf een kerstfiguur laten verzinnen met het beschikbare materiaal.

Reacties