Klapdans

Klappen op het ritme van de muziek. En evt. de bijbehorende bewegingen uitvoeren.

Voor deze activiteit heb je slechts een muziekbox nodig. De benodigde ruimte per leerling hoeft niet meer dan 1 bij 1 meter te zijn.

De leerlingen klappen mee op het ritme van de muziek en voeren de eventueke bewegingen uit. Het klappen gebeurd steeds op 4 plaatsen: aan je rechterkant, aan je linkerkant, boven je hoofd en voor je buik. Het liedje dat in de filmpjes wordt gebruikt: sásá Nukufetau #2.

  • 1e deel: je klapt 1x rechts, 1x links, 1x boven je hoofd en 1x voor je buik.
  • 2e deel: je klapt 3x rechts, 3x links, 3x boven je hoofd en 3x voor je buik.
  • 3e deel: je klapt 1x rechts, 1x links, 1x boven je hoofd en 1x voor je buik.
  • Hierna draai je een kwartslag om naar rechts.

Als je de klapdans liever in tellen aanleert:

  • 1e acht tellen: 1x rechts, 1x links, 1x boven je hoofd, 1x voor je buik, 3x rechts, 3x links
  • 2e acht tellen: 3x boven je hoofd, 3x voor je buik, 1x rechts, 1x links, 1x boven je hoofd, 1x voor je buik.
  • 3e acht tellen: draai een kwartslag naar rechts.

Het klappen gaat nu steeds sneller totdat je weer terug bent in de startpositie.

  • Klap en beweeg mee op het ritme.
  • Als je het ritms even kwijt bent, luister en kijk dan goed en probeer het ritme weer op te pakken.

Makkelijker

  • Ritme klappen zonder links, rechts etc. te bewegen.
  • Langzamer ritme.

Moeilijker

  • Moeilijker ritme.
  • Variëren in de bewegingen: helf van de groep start met klappen op rechts, andere helft start met klappen op links, etc.

Leerlijn

Speleigenschappen

Reacties