Olympische Spelen – Schansspringen 2.0

Vanaf de kast zwaaien naar de overkant en landen op 2 benen.

De lange mat ligt onder de trapeze. 1 leerling staat klaar op de kast, die aan de kopse kant van de lange mat staat.

Let op bij het afstellen:

  • De langste van de groep moet steunend kunnen zwaaien. Pas daar de hoogte van de trapeze op aan.
  • De kleinste van de groep moet bij de trapeze kunnen. Pas daar de positie van de kast en lange mat op aan.

Hoe groter de zwaai hoe uitdagender, dus het is verstandig om groepjes op lengte te maken.

De leerling op de kast pakt de trapeze, springt op en zwaait in steun naar de overkant. Daar springt hij op het dode punt af.

  • 1 leerling tegelijk op de kast
  • de trapeze vasthouden nadat je bent afgesprongen, indien mogelijk
  • geef de trapeze door aan de volgende leerling, die klaarstaat op de kast.

Moeilijker

  • Met je voeten een bal meenemen, die je in de mand aan de overkant (of ergens anders tijdens de zwaai) moet laten terechtkomen:

Reacties