Olympische Winterspelen – Ploegenachtervolging

Als eerste team over de finish komen door goed samen te werken.

1/3 zaal (kan ook in 1/2 of hele zaal). Er is een wedstrijdbaan gemaakt d.m.v. veel pylonen. Voor één team zijn er lintjes. Voor ieder team is er een start/finishpylon. Voor elke speler zijn er twee vloerdoekjes (statisch).

De spelers doen ieder onder elke voet een (statisch) vloerdoekje. Deze maken zijn om of tussen hun schoen vast zodat ze deze niet kunnen verliezen. De teams staan ieder bij hun eigen start/finishpylon klaar. Op teken van de leerkracht starten zij met het schaatsen van drie ronden.

Om dichtbij het gevoel van een echte ploegenachtervolging te komen is het leuk als er elke ronde een andere speler voorop schaats. Na ronde 1 wordt de voorste schaatser de laatste in de rij. Nr2 wordt dan de voorste schaatser en nr3 wordt de middelste schaatser. Na de 2e ronde wordt er wederom een plekje opgeschoven.

Welke team is als eerste klaar met 3 ronden schaatsen?

  • Zorg er voor dat de vloerdoekjes goed vastgemaakt zijn om de schoen of tussen de zijkanten van de schoenen.
  • Als de schaatsers rennen dan worden zij gediskwalificeerd.
  • Elke ronde schaatst een andere schaatser op kop.

Makkelijker

  • Grotere schaatsbaan (= meer tijd voor langzamere starters).
  • Kleinere schaatsbaan (= makkelijker voor snelle starters).

Moeilijker

  • Grotere schaatsbaan (= moeilijker voor snelle starters).
  • Kleinere schaatsbaan (= moeilijker voor langzamere starters).

Reacties