Olympische Winterspelen – Schansspringen

Kun jij op tijd afspringen en landen?

1/3 zaal, een verticaal wandrek met daarin 2 schuine banken (steunend op 2 of 3 kastdelen, daarachter een dikke mat. Op de schuine bank ligt een tapijttegel of statische vloerdoekjes klaar.

De leerling gaat op de tapijttegel staan (gezicht naar de dikke mat, voeten naast elkaar) en glijdt naar beneden. Aan het einde van de bank springt de leerling voorwaarts en landt op 2 voeten op de dikke mat (afhankelijk van de groep evt. twee dikke matten plaatsen).

  • Als je geweest bent geef je de tapijttegel aan de volgende leerling
  • Landen op 2 voeten

Makkelijker

  • Banken minder schuin
  • Banken minder hoog
  • Stroevere tapijttegel

Moeilijker

  • Banken schuiner
  • Opstelling zo ontwerpen dat er meerdere banken achter elkaar geplaats worden
  • Banken hoger
  • Gladdere tapijttegel

Een opbouw naar dit onderdeel is Glijden met afspringen.

Reacties

  1. Leuke variant:
    – twee banken naast elkaat schuin gesteld in verticaal wandrek. Daarachter een dikke mat in de breedte die aan het einde steunt op 2 halve kasten die naast elkaar staan (dikke mat ligt daardoor schuin omhoog). Daarachter een dikke mat in de lengte.
    De leerling rent over de bank naar beneden, rent omhoog via de mat en springt in schansspringhouding op de tweede dikke mat.