Sint-race

Sneller zijn dan je tegenstanders en als eerste over de finish komen.

Afhankelijk van het materiaal dat je in de gymzaal tot je beschikking hebt, zet je een parcours uit met diverse obstakels/hindernissen. Op verschillende plekken langs het parcours liggen voorwerpen die de lopers mogen gebruiken: pepernoten (trefballen), staffen van de sint (speelgoed van foam) en een lege pietenzakken. (Deze kunnen eventueel aangegeven worden door de wachtende leerlingen).

Beschrijving van bovenstaand parcours:

De leerlingen starten op de startstreepjes (duct tape). Zodra het startsignaal klinkt rennen zij achter het wandrek langs, langs het toversnoer en achter het tweede wandrek langs. Daarna onder de brug door, over de kastdelen heen. Slalommend langs de turnmatjes. Door de lege beweegbaan en daarna over de twee dikke matten.

Aangezien het een vrij intensief spel is laat ik de leerlingen altijd een drietal maken. Van dit drietal is er eentje aan de beurt, de andere twee wachten aan de kant. De leerling die aan de beurt is staat samen met de andere nr’s 1 klaar op de aangewezen plek. Zodra het startsignaal klinkt proberen zij het parcours zo snel mogelijk af te leggen.

Gezien de intensiteit laat ik ze 2 of 3 keer het parcours afleggen. Om de beleving te vergroten gebruik ik altijd sinterklaas muziek. Als bijlage vindt je een voorbeeld van deze muziek.

De nr’s 2 laat ik altijd in omgekeerde volgorde starten t.o.v. de finishplekken van de ronde er voor.

  • Als je een pepernoot hebt bemachtigd dan mag je proberen om een tegenstander af te gooien.
  • Als je geraakt wordt door een pepernoot dan moet je drie tellen stil blijven staan.
  • Als je de staf hebt bemachtigd dan kan je niet geraakt worden door een pepernoot. Mocht dit wel gebeuren dan hoef je niet stil te blijven staan.
  • Als je de pietenzak hebt bemachtigd dan mag je het parcours afsnijden op de aangewezen plek.
  • Je mag elke keer slechts 1 voorwerp bij je hebben. Zodra je tijdens het rennen geen voorwerp meer hebt, mag je een nieuwe pakken als deze nog beschikbaar is.

Makkelijker

  • Minder hindernissen.
  • Minder speciale functies zoals de pepernoot en de staf.
  • Minder tegenstanders.
  • Voorwerpen worden aangegeven door wachtende spelers.

Moeilijker

  • Meer hindernissen.
  • Meer speciale functies.
  • Meer tegenstanders.
  • Minder voorwerpen die gebruikt mogen worden.
  • Voorwerpen die gebruikt mogen worden liggen op 2 of 3 plekken langs het parcours.

Reacties