Materiaal
- Bank: 6x
- Brug: 1x
- Dikke mat: 2x
- Dikke mat: 2x
- Lange mat: 2x
- Pylon: Veel
- Rekstok: 1x
- Springkast: 2x
- Toversnoer: Veel
- Turnmatje: 8x
- Volleybalpaal: 2x
- Wandrek: 2x
“Hoe snel zijn Sint en Piet? Test het met dit intensieve spel.”
Doel
Situatieschets
Afhankelijk van het materiaal dat je in de gymzaal tot je beschikking hebt, zet je een parcours uit met diverse obstakels/hindernissen.
Op verschillende plekken langs het parcours liggen voorwerpen die de lopers mogen gebruiken: pepernoten (trefballen), staffen van de sint (speelgoed van foam) en lege pietenzakken.
Deze voorwerpen kunnen eventueel aangegeven worden door de wachtende leerlingen.
Omschrijving
Aangezien het een vrij intensief spel is laat ik de leerlingen altijd een drietal maken:
- Van dit drietal is er eentje aan de beurt
- De andere twee wachten aan de kant.Ā
De leerling die aan de beurt is staat samen met de andere nummers 1 klaar op de aangewezen plek, het startvak.
Zodra het startsignaal klinkt:
- Rennen zij achter de wandrekken langs.
- Daarna onder de brug door.
- Over de kastdelen heen.
- Slalommend langs de turnmatjes.
- Door de lege beweegbaan.
- En daarna over de twee dikke matten.
Wie is er als eerste terug?
Filmpjes
Dit was nog maar het begin
Je hebt zojuist ƩƩn les gezien uit een verzameling van 1504 kant-en-klare gymlessen. Elke les direct inzetbaar. Elke les met een duidelijk leerdoel. Elke les ontworpen om jouw voorbereidingstijd te halveren – en je lessen te verdubbelen in impact.
Stel je voor: nooit meer zoeken, nooit meer improviseren. Gewoon inspiratie wanneer jij het nodig hebt.
Dit is wat je krijgt:
2507 gymleerkrachten gingen je al voorAandachtspunten
Gezien de intensiteit laat ik ze 2 of 3 keer het parcours afleggen.
Om de beleving te vergroten gebruik ik altijd sinterklaasmuziek. Als bijlage vindt je een voorbeeld van deze muziek.
De nummers 2 laat ik altijd in omgekeerde volgorde starten t.o.v. de finishplekken van de ronde er voor.
Belangrijkste regels
- Als je een pepernoot hebt dan mag je proberen om een tegenstander af te gooien.
- Als je geraakt wordt door een pepernoot dan moet je drie tellen stil blijven staan.
- Als je de staf hebt bemachtigd dan hoef je niet stil te blijven staan als je geraakt wordt door een pepernoot.
- Als je de pietenzak hebt dan mag je het parcours afsnijden op de aangewezen plek.
- Je mag elke keer slechts 1 voorwerp bij je hebben. Zodra je tijdens het rennen geen voorwerp meer hebt, mag je een nieuwe pakken als deze nog beschikbaar is.
Differentiatie
Makkelijker
- Minder hindernissen.
- Minder speciale functies zoals de pepernoot en de staf.
- Minder tegenstanders.
- Voorwerpen worden aangegeven door wachtende spelers.
Moeilijker
- Meer hindernissen.
- Meer speciale functies.
- Meer tegenstanders.
- Minder voorwerpen die gebruikt mogen worden.
- Voorwerpen die gebruikt mogen worden liggen op 2 of 3 plekken langs het parcours.
Intensiteit
Eigenschappen
Thema’s


Geef een reactie
Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.