Catch the stick

Door middel van samenwerken er voor zorgen dat geen enkele stok op de grond valt.

Deze opdracht kan je klassikaal doen of in kleinere groepjes (in vakken). Je hebt evenveel één meter stokken nodig als dat er leerlingen zijn.

De leerlingen staan in een kring met ongeveer een meter tussen iedere leerling. Iedere leerling heeft een stok vast, ieder aan dezelfde zijde.

Op teken van één van de leerlingen laat iedere leerling zijn stok los en pakt de stok van zijn buurman of buurvrouw.

Hoe vaak lukt het om van stokken te wisselen zonder dat ze vallen?

  • De leerlingen spreken af dat iedereen de stok aan dezelfde zijde van het lichaam heeft staan.
  • Eén leerling geeft het teken aan waarop de stokken los gelaten moet worden.
  • De leerling legt zijn hand op de stok en tilt deze op teken omhoog.

Makkelijker

  • Leerlingen staan in tweetallen tegen over elkaar, waarbij slechts één leerling een stok vast heeft.
  • Leerlingen staan in tweetallen tegenover elkaar, waarbij beide een stok vast hebben.
  • Leerlingen staan in een cirkel, waarbij de leerlingen om en om een stok vast hebben. (Ene leerling wel, volgende leerling niet, etc.).

Moeilijker

  • Zonder te praten: hoe geven leerlingen elkaar het signaal dat ze tegelijk los moeten laten?
  • Zie verder Variaties op het spel.
  • Leerlingen staan in meerdere rijen achter elkaar opgesteld. Hierbij heeft de achterste rij geen stok. De leerling moet de stok van degene voor hem proberen te vangen voordat deze valt.
  • Leerlingen staan in meerdere rijen achter elkaar opgesteld. Iedere leerling heeft twee stokken vast, aan elke zijde één stok. De leerling moet de stokken van degene voor hem proberen te vangen voordat deze vallen.

Reacties